
“Ik was bijna Georges kwijt…” Wout van Aert in tranen tijdens huiveringwekkend interview: “Ik dacht dat ik nooit meer zou fietsen”
De donkerste zes maanden van zijn leven: Wout van Aert (30) breekt voor het eerst volledig open over de horrorcrash in Dwars door Vlaanderen, de bijna-dood van zijn zoon Georges en de psychische hel die daarop volgde. “Ik heb gehuild zoals ik nog nooit gehuild heb.”

Het is een interview dat de hele wielerwereld stil krijgt. Bijna twee uur lang praat Wout van Aert bij de Vlaamse podcast De Kleedkamer (HNB) zoals hij nog nooit eerder sprak. Geen façade, geen glimlach voor de camera’s. Alleen rauwe, ongefilterde emoties.
Tranen biggelen over zijn wangen terwijl hij vertelt hoe dicht hij vorig jaar bij de afgrond stond – letterlijk en figuurlijk.

De val die alles veranderde
27 maart 2024. Dwars door Vlaanderen. Een massale valpartij op de Kanarieberg. Wout van Aert ligt op de grond, zijn lichaam kapot. Gebroken sleutelbeen, gebroken borstkas, gebroken ribben, een ingeklapte long. “Ik voelde meteen: dit is ernstig,” vertelt hij met trillende stem. “Ik kon amper ademen.
En het ergste: ik wist dat Sarah thuis hoogzwanger was van ons tweede kindje.”
Maar wat bijna niemand weet, is wat er die nacht in het ziekenhuis gebeurde met zijn zoon Georges.
“Georges is gestopt met ademen”
Terwijl Wout op de intensive care lag, kreeg hij ’s nachts een bericht dat hem bijna brak. “Sarah stuurde me: ‘Georges ademt niet meer.
Ze zijn aan het reanimeren.’ Ik lag daar, vol morfine, kon me niet bewegen en mijn zoon… mijn kleine jongen van twee jaar… lag op dat moment in een ander ziekenhuis te vechten voor zijn leven.”
Georges had een ernstige luchtweginfectie gekregen en was plotseling gestopt met ademen. “De dokters hebben hem moeten beademen. Ik was bijna mijn zoon kwijt,” zegt Wout terwijl de tranen over zijn gezicht stromen. “Ik kon niets doen. Helemaal niets.

Dat gevoel… dat je kindje daar ligt en jij kunt niet helpen… dat is het ergste wat een ouder kan meemaken.”
“Ik dacht echt: mijn carrière is voorbij”
De maanden daarna waren een nachtmerrie. Wout kon wekenlang niet bewegen, niet slapen, niet eten. “Ik woog nog 61 kilo toen ik uit het ziekenhuis kwam. Ik zag eruit als een skelet. En mentaal… ik was kapot. Ik heb momenten gehad dat ik dacht: ik kom hier nooit meer overheen.
Nooit meer koersen. Nooit meer normaal leven.”
Hij vertelt hoe hij ’s nachts wakker lag en alleen maar huilde. “Ik heb gehuild zoals ik nog nooit gehuild heb. Niet omdat ik pijn had, maar omdat ik bang was. Bang dat ik mijn gezin niet meer zou kunnen onderhouden. Bang dat ik nooit meer de oude zou worden.
Bang dat ik nooit meer papa zou kunnen zijn zoals vroeger.”
De terugkeer van een gebroken man
Toch stond hij weer op. Stap voor stap. Eerst een paar minuten op de rollen. Daarna een ritje van 20 kilometer. “Ik herinner me nog dat ik na 10 minuten al kapot was. Ik dacht echt: dit gaat nooit meer lukken.” Maar hij beet door. Voor Sarah. Voor Georges.
Voor zijn pasgeboren dochter Camille.
En toen kwam de Tour de France 2024. Niemand verwachtte hem nog terug aan de top. Maar Wout won drie etappes en droeg zelfs de gele trui. “Elke keer als ik over de streep kwam, dacht ik aan Georges in dat ziekenhuisbed,” zegt hij geëmotioneerd.
“Die overwinningen waren niet voor mij. Die waren voor hem.”
“Ik ben nog lang niet de oude”
Toch is het littekenweefsel niet alleen fysiek. “Mensen zien mij lachen en denken: hij is terug. Maar vanbinnen… ik ben nog lang niet dezelfde Wout. Ik heb angst gekregen. Angst om te vallen. Angst om mijn kinderen iets te zien overkomen. Ik ben voorzichtiger geworden. Soms te voorzichtig.”
Hij sluit af met een boodschap die rechtstreeks uit zijn hart komt: “Ik wil dat mensen dit weten: achter elke glimlach van een topsporter zit soms een verhaal dat niemand ziet. Ik heb geluk gehad. Ik heb mijn zoon nog. Ik kan nog fietsen.
Maar er zijn dagen dat ik nog steeds wakker word en denk: wat als het anders was gelopen?”
Reacties uit de wielerwereld

Mathieu van der Poel, vriend en rivaal: “Ik wist dat het zwaar was, maar dit… ik ben er stil van.” Jonas Vingegaard: “Wout is de sterkste mens die ik ken. Respect.” Zdeněk Štybar (oud-ploegmaat): “Ik heb gehuild tijdens het luisteren. Dit is groter dan koersen.”
Het interview is nu al het meest beluisterde ooit van De Kleedkamer. En terecht. Want wat Wout van Aert gisteren deelde, was niet het verhaal van een wielrenner. Het was het verhaal van een vader die bijna alles verloor – en toch weer opstond.
“Ik was bijna Georges kwijt…” Die ene zin zal nog lang nagalmen in de wielerwereld.